Zoek
U kunt hier zoeken op trefwoord, artikelnummer, OE-nummer of merknummer (bijv. Valeo-nummer)

Fiscale regelgeving voor Young- en oldtimers per 2012

Een auto die meer dan 15 jaar geleden voor het eerst in gebruik werd genomen wordt een youngtimer genoemd en een auto die meer dan 25 jaar geleden voor het eerst in gebruik werd genomen wordt een oldtimer genoemd. Vanaf 1 januari 2012 wordt de leeftijdgrens van 25 jaar verlaten en wordt vervangen door auto’s van vóór 1987. Voor deze klassieke auto’s gelden aparte fiscale regels. Wij zullen kort ingaan op verschillende belastingen die van toepassing zijn op de zogenaamde Young en oldtimers

Loonbelasting
Wanneer door de werkgever een auto ter beschikking wordt gesteld, geldt voor de loonbelasting een bijtelling vanwege privégebruik. Normaal gesproken is dit percentage 25% van de cataloguswaarde (nieuwwaarde). Voor milieuvriendelijke auto’s gelden lagere percentages (14% of 20%) zie tabel 1. De CO2-grenzen voor de bijtelling van 14% en 20% worden per 1 juli 2012 verlaagd en vervolgens steeds per 1 januari scherper gesteld. De normen voor benzine- en dieselauto’s worden daarbij steeds meer naar elkaar toegetrokken en zullen uiteindelijk gelijk zijn. Voor elektrische auto’s die geen co2 uitstoot hebben geldt geen bijtelling tot en met 2014. Alleen auto’s met een CO2-uitstoot van niet meer dan 50 g/km zullen nog tot en met 2015 zijn vrijgesteld. De bewijslast dat aan de emissie eisen wordt voldaan ligt bij de werkgever. De indeling in bijtellingcategorieën voor de komende jaren ziet er als volgt uit:

Tabel 1

Bijtelling

0%

14%

20%

25%

huidige situatie

Diesel

0

1 - 96

96 - 116

> 116

 

Benzine

0

1 - 111

111 - 140

> 140

01-07-2012

Diesel

< 51

1 - 96

92 – 114

> 114

 

Benzine

< 51

1 - 111

103 - 132

> 132

01-01-2013

Diesel

< 51

51 - 91

89 - 112

> 112

 

Benzine

< 51

51 - 102

96 – 124

> 124

01-01-2014

Diesel

< 51

51 - 88

86 – 111

> 111

 

Benzine

< 51

51 - 95

89 – 117

> 117

01-01-2015

Beide

< 51

51 - 85

83 - 110

> 110

 

 

 

 

 




















De getallen onder de bijtellingspercentage geven het aantal gram CO2 uitstoot per kilometer weer.

De belangrijkste wijziging voor 2012 is de invoering van een alternatieve regeling voor de bijtelling privégebruik bestelauto’s, waarbij een rittenadministratie niet langer noodzakelijk is. Werkgever en werknemer vragen gezamenlijk een verklaring “geen privégebruik bestelauto” aan bij de belastingdienst.

Voor auto’s ouder dan 15 jaar (zowel young- als oldtimers) geldt een bijtelling van 35% (voor 1 januari 2010 was dit 25%). De bijtelling van de young- en oldtimers wordt niet berekend over de catalogus waarde, maar over de waarde in het economisch verkeer (de werkelijke waarde).
Om de waarde in het economisch verkeer te bepalen kan worden gekeken naar bijvoorbeeld veilingprijzen of een taxatierapport. Ook voor young en oldtimers gelden lagere percentages naarmate zij zuiniger rijden. Het percentage van 35% kan dan eventueel nog worden verlaagd met 5% van de waarde van de auto voor zuinige auto’s van de zaak en met 11% van de waarde van de auto voor zeer zuinige auto’s van de zaak. Voor elektrische Young en oldtimers die geen co2 uitstoot hebben geldt geen bijtelling. In de praktijk zal dit nog niet veel voorkomen. Het aantal gram CO2 uitstoot per kilometer voor zowel young- als oldtimers is gelijk aan tabel 1.

Daar de bijtelling voor young- en oldtimers mag worden berekend over de waarde in het econo-misch verkeer (de huidige waarde van de auto) is het mogelijk dat deze lager is dan de catalogusprijs. Echter is het ook denkbaar dat de waarde in het economisch verkeer vele malen hoger ligt dan de catalogusprijs zoals mogelijk is bij gerestaureerde oldtimers.

Ter verduidelijking een rekenvoorbeeld:
U heeft een youngtimer van 20 jaar oud, met een nieuwwaarde van € 30.000 en een dagwaarde van € 6.500. De bijtelling bedraagt 35% van € 6.500 dat komt neer op € 2.275 per jaar ofwel € 189,58 per maand.

Een bijtelling kan worden voorkomen als er alleen zakelijk wordt gereden met de auto. Een methode om dit aan te tonen is het bijhouden van een kilometeradministratie. Woon werk verkeer geldt hierbij als zakelijk. Er mag dan maximaal 500 kilometer per jaar privé met de auto worden gereden.

Bovenstaande geldt ook voor ondernemers (natuurlijke personen) die hun auto tot het ondernemingsvermogen rekenen.

BTW
De werkgever die een auto ter beschikking stelt aan zijn werknemer kan de BTW aftrekken als voorbelasting. Indien de auto ook in privé gebruikt wordt dient een deel van deze afgetrokken voorbelasting terugbetaald worden. Met terugwerkende kracht vanaf 1 juli 2011 geldt een nieuwe berekening van de btw-correctie voor privégebruik van een auto van de zaak. De nieuwe regeling houdt in dat het correctiepercentage 2,7% bedraagt van de catalogusprijs ((incl. btw en bpm) van de auto. Het maakt niet meer uit of een auto in de loon- en inkomstenbelasting een bijtelling heeft van 0, 14, 20, 25 of 35%, in de BTW geldt nu voor alle auto’s het percentage van 2,7%. De nieuwe regeling is ook in 2012 van kracht. Voor de btw telt, anders dan voor de bijtelling, het woon-werkverkeer mee als privégebruik in plaats van als zakelijk gebruik.

Ter verduidelijking een rekenvoorbeeld:
U heeft een oldtimer van 30 jaar oud, met een catalogusnieuwwaarde inclusief btw en bpm van € 30.000 en een dagwaarde van € 6.500. De bijtelling bedraagt jaarlijks € 2.275 (35% van € 6.500). Hierover dient € 810 (2,7% van € 30.000) BTW correctie afgedragen te worden.

Bovenstaande geldt ook voor ondernemers (natuurlijke personen) die hun auto tot het ondernemingsvermogen rekenen.

Motorrijtuigenbelasting
Vanaf 1 januari 2012 is een nieuwe oldtimerregeling ingevoerd waarbij de leeftijdsgrens wordt opgeschoven van 25 jaar naar 30 jaar. De datum 1e toelating bepaalt wanneer een auto voor het eerst in gebruik is genomen. De grens voor de vrijstelling wordt in 2012, geleidelijk opgetrokken naar 30 jaar. Voor auto's die op 31 december 2011 ouder zijn dan 25 jaar (dus uit 1986 of ouder) verandert er niets en blijft de vrijstelling nog gelden.

Auto’s die na 1 januari 2012 reeds 25 jaar of ouder zijn komen niet meer in aanmerking voor vrijstelling. Dat betekent dat alleen nog auto’s die gebouwd zijn vóór 1 januari 1987 bij de belasting worden aangemerkt als oldtimer. De vrijstelling voor een auto die in 1987 voor het eerst in gebruik is genomen, geldt de vrijstelling vanaf 1 januari 2013 (26 jaar), bij een auto uit 1988 is dat 2015, bij een auto uit 1989, 2017 en voor 1990 is de datum van vrijstelling 2019. Voor auto's met bouwjaren vanaf 1991 geldt dus de termijn van 30 jaar, deze zijn pas in 2021 vrijgesteld.
Indien de datum van eerste tenaamstelling na 31 december 1986 is kan men te maken krijgen met een brandstoftoeslag voor auto’s die op lpg of diesel rijden. Als voor een auto brandstoftoeslag moet worden betaald, geldt de vrijstelling niet voor deze toeslag.

BPM
In vier jaar tijd zal de BPM worden omgezet naar heffing op basis van CO2-uitstoot. Per 1 juli 2012 veranderen de grenzen voor BPM-vrijstelling. De vrijstelling van BPM wordt in stapjes afgebouwd. Vanaf 2013 zal uitsluitend nog belasting worden geheven op basis van de zuinigheid van de auto.

Voor de heffing van BPM bij invoer van een auto wordt uitgegaan van een vaste afschrijvingstabel. Tot 9,5 jaar wordt stapsgewijs 92% van het BPM-bedrag afgeschreven. Daarna 0,083% per maand dat de auto ouder is. Als een auto 17,5 jaar oud is, is deze geheel BPM-vrij en zijn de enige kosten bij import dus de RDW-keuringskosten. Indien de auto binnen de EU wordt gekocht zijn er geen invoerrechten verschuldigd.

Webshop by bitshop